Velen van u zullen weten dat het tegenwoordig mogelijk is om het  feline coronavirus (FCoV) zelf op te sporen met een techniek genaamd RT-PCR (zie Wat is RT-PCR?). In het Verenigd Koninkrijk namen 155 katten, 7 honden, 29 personen en hun dierenartsen deel aan een vijfjarig onderzoek waarin natuurlijke FCoV-uitscheiding werd gecontroleerd met behulp van de RT-PCR, ontwikkeld aan de Universiteit van Utrecht.

Er zijn vier mogelijke gevolgen van blootstelling aan FCoV-infectie:

1. De kitten of kat ontwikkelt FIP (ongeveer 10% van de besmettingen).

2. De overgrote meerderheid van katten scheidt enige tijd FCoV uit, ontwikkelt antistoffen, stopt met het uitscheiden van FcoV, en hun antistoftiter gaat terug naar nul. FCoV-uitscheiding duurt bij 58% maximaal een maand en bij 95% korter dan 9 maanden.

3. De kat blijft voor het leven FCoV-drager (13% van de geïnfecteerde katten). Deze katten scheiden FCoV continu uit via hun ontlasting en de meesten blijven goed gezond, hoewel sommigen chronische diarree krijgen.

4. Resistente katten ongeveer 4% van de katten lijkt geheel immuun te zijn voor FCoV-infectie; zij scheiden het virus niet uit en bouwen een antistofrespons op die bijna niet te ontdekken is.


Het onderzoek leverde de volgende resultaten op:

1. FCoV wordt zelden via speeksel uitgescheiden en bij de weinige katten die het via speeksel afscheiden, gebeurt het vooral in het begin van de infectie. Bij controle van het speeksel op virusuitscheiding zal dus het grootste deel van de geïnfecteerde katten niet gevonden worden   controleer dus de ontlasting.

2. Een enkele RT-PCR-uitslag van ontlasting betekent op zich niets. Als de kat periodiek FCoV uitscheidt, kan de kat de dag na het nemen van het monster veranderd zijn van een uitscheider in een niet-uitscheider of vice versa. De RT-PCR-test moet onderdeel zijn van een reeks testen en bij voorkeur vergezeld van de immunofluorescentie (IFA) test, want RT-PCR kan zowel vals-positieve als vals-negatieve uitslagen geven.

3. Om vast te stellen of een kat FCoV-infectie heeft overwonnen, zijn vijf opeenvolgende negatieve maandelijkse RT-PCR-uitslagen van de ontlasting vereist. Een alternatief is een reductie van de FCoV-antistofstatus tot <10. Dit duidt op eliminatie van infectie (IFA-titer zoals gemeten door de Glasgow University Veterinary School zie link naar Companion Animal Diagnostics waar u een rapportageformulier kunt downloaden om een monster in te leveren). Bij een van de katten uit het onderzoek daalde de antistoftiter pas 25 maanden nadat het uitscheiden van het virus gestopt was.

4. Om vast te stellen of een kat voor het leven FCoV-drager is, moet hij of zij minstens 8 maanden lang continu positieve RT-PCR uitslagen hebben. Zeer weinig katten zullen na 9 maanden nog stoppen met FCoV uitscheiden, maar 95% van de uitscheiding in ons onderzoek was tegen die tijd al gestopt..


Dankbetuigingen
Ik ben de katten, honden en mensen die deze studie mogelijk hebben gemaakt zeer dankbaar. Ik dank de Winn Feline Foundation en de Feline Virus Unit voor de financiering van de studie en de heer Wayne Carr voor een zeer gulle donatie ter nagedachtenis aan zijn kat Angelica.

Referentie:
Addie D.D.,  Jarrett O. 2001 Het gebruik van een reverse transcriptase polymerase chain reaction voor controle van uitscheiding van feline coronavirus bij gezonde katten. Veterinair Verslag. Vol. 148

 

Onze hartelijke dank aan Saskia Steur, Ada de Raad, Henny de Lege, Helen van Mackelenebrgh, Tineke Blokzijl Haar voor de vertaling naar het Nederlands van Dr Addie's webstek 

Site ©  2000 Dr. Diane Addie
Site Design © Melody Amundson, Mariposa Creations