FCoV-preventie bij kittens

Maak een kittenruimte klaar

Maak gebruik van gescheiden verzorging om besmetting van de kittens met FCoV te voorkomen

Het vroeg spenen en afzonderen van kittens om besmetting met FCoV te voorkomen

Test  kittens om er zeker van te zijn dat ze goed beschermd zijn tegen FCoV-infectie

Summary of protocol for prevention of FCoV infection in kittens

 

FCoV-preventie bij kittens staat bekend onder de "vroeg spenen en afzonderen" techniek, want dat is eigenlijk wat je doet. Kittens zijn beschermd tegen FCoV-besmetting door de antistoffen die zij binnen krijgen met de moedermelk. Wanneer deze verminderen, worden de kittens vatbaar voor FCoV-besmetting en het daaruit voortvloeiend risico op FIP. Vroeg spenen en afzonderen heeft het kattenfokkers mogelijk gemaakt te blijven fokken met actief besmette en virusuitscheidende moederdieren. 

In mijn eerste FcoV-onderzoek namen we waar dat 50% van de kittens die contact hadden met andere moeders dan hun eigen moeder en/of met kittens van andere nesten, besmet raakten met FCoV. Slechts een derde van de kittens die alleen met hun eigen broertjes en zusjes en hun seropositieve moeders werden gehouden, raakten besmet, hetgeen aangeeft dat ongeveer één op de drie seropositieve katten op een bepaald moment FCoV uitscheidde. Nesten kittens die gespeend werden vóór de leeftijd van 5-6 weken en volledig afgezonderd werden van alle andere katten en kittens in huis, werden allemaal negatief - zelfs als de reden voor het vroeg spenen en de afzondering het overlijden van hun moeder aan FIP was.

 

 De stappen voor het vroeg spenen en afzonderen van kittens zijn:

1. Maak een kittenruimte klaar
FCoV kan tot 7 weken in het milieu overleven, dus is het belangrijk dat de ruimte waar de kittens geboren zullen worden en zullen opgroeien zoveel mogelijk vrij is van infectie. Zorg ervoor dat 2-3 weken voordat de kittens worden verwacht, er behalve de zwangere kat geen andere katten in deze ruimte komen. Goed stofzuigen om alle mogelijke deeltjes van besmet kattenbakstrooisel (microcopische, stofachtige deeltjes) kwijt te raken. Zorg dat kattenbak, kattenbakschep en etensbakjes schoon zijn door ze gedurende tenminste 20 minuten te desinfecteren met bleekwater  en ze daarna goed af te spoelen met water. De meeste desinfecteermiddelen doden FcoV, maar bleekwater is toch de eerste keus omdat het FCoV doodt én veilig is voor katten. Gebruik het in een verhouding 1:32 (1 kop bleekwater op 31 koppen water).

Denk er aan dat poezen ontspannen moeten zijn om  met succes kittens te krijgen en groot te brengen. Laat de zwangere poes wennen aan de kittenruimte. Voer en aai haar daar. Wij willen het nieuwe nest graag schoon, frisgewassen beddengoed geven, maar de geur van zeep, die wij zo aangenaam vinden, wordt door een kat niet gewaardeerd! Leg het gewassen beddengoed op je bed zodat het jouw geur krijgt. Wrijf er ook mee over de lippen en de kin van de poes zodat het ook haar geur draagt. Gebruik een Feliway verstuiver (kattengezichtshormoon). Natuurlijk moet virale besmetting ook zoveel mogelijk worden voorkomen, dus laat er geen andere katten op zitten. Het is heel belangrijk dat de poes zich zo veilig mogelijk voelt in de kittenruimte, omdat dit de kans op het verwerpen of verslinden van de kittens vermindert. Ze zal ook minder gestrest zijn, waardoor ze minder risico loopt FIP te ontwikkelen.

(top of page)

 


2. Maak gebruik van gescheiden verzorging om besmetting van de kittens met FCoV te voorkomen
Zoals we hierboven al zagen in “HOE HET DOORGEVEN VAN FCoV TE VOORKOMEN ” wordt FCoV voornamelijk uitgescheiden via de ontlasting van een besmette kat en vervolgens opgegeten of ingeademd door een vatbare kat of kitten. FCoV is een heel besmettelijk virus. De uitwerpselen van besmette katten zijn dus de grootste infectiebron en FCoV kan zich ongemerkt verspreiden door besmette kattenbakken en kattenbakschepjes, of via onze voeten, kleren of handen.
Deze gescheiden verzorging zal verpleegsters, artsen en dierenartsen bekend voorkomen evenals vele anderen in wiens werk overdracht van onzichtbare verontreinigingen beperkt moet worden. Regel een is eerst het minst besmette gedeelte van ons huis of de cattery aan te pakken (in dit geval van de kittenruimte) en geleidelijk naar het meest besmette gedeelte toe te werken (misschien de ons bekende FCoV-drager katten, of een kat met FIP als laatste). Het is een goed idee om steeds dezelfde volgorde aan te houden bij de verzorging van de katten, het schoonmaken van de kattenbakken, het voeren, kammen of borstelen of gewoon knuffelen met je katten, waarbij je dan altijd moet beginnen bij de geringste besmetting.

Omdat FCoV erg besmettelijk is en uiteraard onzichtbaar, kunnen wij het ongemerkt op onze handen, schoenen of kleding krijgen. Daarom is het verstandig je handen te wassen of zelfs te desinfecteren voor ieder bezoek aan de kittenruimte. Mensen met veel katten kunnen overwegen een paar schoenen of slippers en een peignoir in de kittenruimte te bewaren en die aan te trekken voordat ze met de kittens aan de slag gaan. Grote kattenasiels moeten voetbaden met desinfecteermiddel hebben op plekken waar de ene ruimte overgaat in de andere.

De kittens moeten hun eigen etensbakjes, kattenbakken en -schepjes hebben, die niet door anderen gebruikt mogen worden. Deze moeten dagelijks schoongemaakt worden en één à twee keer per week gedesinfecteerd. Sally Matthews, van het kattenbeschermingsasiel in Glasgow had het geweldige idee om met een kleurcode te werken voor de manden, de etensbakjes en de kattenbakken en -schepjes in de verschillende ruimtes van het asiel, zodat het onmiddellijk opviel als iets niet op de juiste plaats stond. Als dan een kittenskattenbak per ongeluk in de ruimte van een volwassen kat gezet was, zou dat onmiddellijk worden gezien en kon deze verwijderd en gedesinfecteerd worden alvorens te worden teruggeplaatst in de ruimte voor de kittens.

(top of page)

 

    

3. Het vroeg spenen en afzonderen van kittens om besmetting met FCoV te voorkomen
De kittens weghalen bij hun moeder op een leeftijd van 5 à 6 weken voorkomt dat zij besmet raken, zelf als de moeder in een uitscheidingsfase van FCoV zat. Het ideaalste zou zijn als je de kittens dan in een nieuwe, schone ruimte zou kunnen plaatsen, maar de meeste kattenfokkers beschikken niet over zoveel plaats en zullen genoegen moeten nemen met het verwijderen van de moeder, de kamer eens goed te stofzuigen en de kattenbak en de mand te vervangen.

In dit stadium is het om verschillende redenen heel zinvol om het antistoftiter van de moeder te kennen.
Als de moeder een antistoftiter heeft van nul (bepaald met de immunofluorescentiemethode, die gebruikt wordt door de Glasgow University Veterinary School), dan scheidt zij geen virus uit en is het dus veilig om haar bij haar kittens te laten zolang je wilt – vroeg spenen niet nodig! (afzondering blijft wel noodzakelijk tenzij je andere katten ook een antistoftiter van nul hebben)
Hoe lager het antistofgehalte van de moeder des te minder beschermende antistoffen de kittens meegekregen zullen hebben met de moedermelk
Hoe hoger het antistoftiter van de moeder des te meer beschermende antistoffen de kittens meegekregen zullen hebben met de moedermelk maar ook des te hoger het risico op virusuitscheiding
Een op de drie FCoV-katten zal altijd in het virusuitscheidingsstadium zitten

Veel fokkers zijn er niet zo’n voorstander van om een zwangere poes op FCoV-antistoffen te testen omdat ze daardoor gestrest kan raken. Sommigen laten de poes testen vóór de paring, wat de beste optie is, hoewel een niet besmette poes bij het dekken besmet kan raken en haar status dus gewijzigd kan zijn tegen de tijd van de bevalling. Voorkom spanning bij de poes onmiddellijk na de bevalling omdat ze dan haar kittens zou kunnen verwerpen. Ze kan dus het beste ongeveer twee weken daarna worden getest.


  Er zijn nogal wat verschillende FCoV-antistoftesten op de markt waarvan de kwaliteit sterk varieert. De uitspraken op deze website over het testen op antilichamen gelden ALLEEN met betrekking tot de immunofluorescentie antistoftest gebruikt in de Companion Diagnostics, faculteit diergeneeskunde van de Universiteit van Glasgow, omdat ik die gebruikt heb bij mijn onderzoek. Companion Diagnostics krijgt bloedmonsters uit de hele wereld binnen voor FCoV-testen. Deze kunnen zonder probleem per post verstuurd worden. Vraag dus gewoon aan je dierenarts om het bloedmonster van je kat te sturen naar Companion Diagnostics, University of Glasgow Veterinary School, Bearsden Road, Glasgow, G61,1QH, UK, als je jouw kat door middel van onze test wilt laten testen.

4. Test  kittens om er zeker van te zijn dat ze goed beschermd zijn tegen FCoV-infectie
Kittens jonger dan 10 weken kunnen geïnfecteerd zijn, maar sommigen zijn te jong om zelf al antistoffen te hebben. De meeste kittens kunnen vanaf de leeftijd van 10 weken antistoffen aanmaken, dus het is niet aan te raden om kittens jonger dan 10 weken te testen, en het verdient waarschijnlijk de voorkeur om dit te doen als ze 12-16 weken oud zijn.
Kittens die bij de immunofluorescentietest van de Universiteit van Glasgow een antistoftiter hebben van nul, kunnen veilig geherhuisvest worden.

Kittens die een antistoftiter hebben die hoger is dan nul, moeten in quarantaine, bij voorkeur alleen, en vier weken later opnieuw getest worden. Soms hebben een aantal kittens in een nest een antistoftiter van nul, terwijl andere  hogere titers hebben. In dat geval moet het nest gescheiden worden volgens de antistoftiter. Er zijn twee mogelijke verklaringen voor dit verschijnsel. Ten eerste kunnen de kittens sporen van antistoffen via de moedermelk hebben (dit wordt maternale immuniteit genoemd) en bij de nieuwe test na vier weken zijn deze antistoffen normaal gesproken verdwenen. Ten tweede kan de vroege speen- en isolatieprocedure ergens afgebroken zijn, waardoor de kittens besmet zijn geraakt. In dit geval zal de antistoftiter van de kitten bij de tweede test hoger zijn. De meeste geïnfecteerde kittens zullen over de infectie heen groeien, maar er bestaat een zeer reëel gevaar dat de kitten FIP krijgt of katten in een nieuw tehuis besmet.

Een aantal fokkers die met FCoV besmette kittens hebben verkocht, zijn met succes vervolgd, zowel op grond van de Britse Wet op Verkoop van Goederen als op grond van de Wet tot Voorkoming van Dierenmishandeling.   Kattenfokkers die kittens verkopen die besmet zijn met FCoV, riskeren vervolging.

Als de antistoftiter van uw kitten na een paar weken quarantaine nog niet is verlaagd en u kunt de kitten absoluut niet houden, dan moet hij of zij herplaatst worden in een huishouden waar GEEN ANDERE KATTEN zijn (hoewel twee seropositieve kittens wel samen herplaatst zouden kunnen worden).   De nieuwe eigenaar moet volledig ingelicht worden dat de kitten mogelijk FCoV uitscheidt en dus andere katten kan besmetten en een risico van 1:10 loopt om FIP te krijgen, wat door de stress van herhuisvesting nog versneld kan worden. Druk de nieuwe eigenaar op het hart de kitten niet onnodig aan stress bloot te stellen (zie ook het gedeelte over het voorkomen van FIP). Het zou bijvoorbeeld het beste zijn dat sterilisatie achterwege wordt gelaten wanneer de antistoftiter van de kitten aanzienlijk is gezakt; probeer de nieuwe eigenaars zo ver te krijgen dat de kitten thuis wordt gevoed in plaats van in een cattery; geef niet te veel vaccinaties in een keer. We moeten nog onderzoeken of Feliway mogelijk helpt bij de voorkoming van FIP bij deze kittens, maar het zal ze zeker geen kwaad doen.

 

(top of page)

 

Onze hartelijke dank aan Saskia Steur, Ada de Raad, Henny de Lege, Helen van Mackelenebrgh, Tineke Blokzijl – Haar voor de vertaling naar het Nederlands van Dr Addie's webstek 

 Site © 2000 - 2003 Dr. Diane Addie
Graphics © Melody Amundson, Mariposa Creations