Hoe worden katten en kittens met FCoV besmet?

Welke uitscheidingsprodukten bevatten het FCoV?

Hygiëne van de kattenbak - het belangrijkste wat je kunt doen om je kat te behoeden voor FCoV

Hoe lang overleeft het coronavirus in het milieu?

Hoe kan een FcoV-infectie in een cattery of in een huishouden met katten worden uitgebannen?

Hoe voorkom je een nieuwe FCoV-besmetting van een cattery of een huishouden?

Voorkomen van FcoV-overdracht op kattententoonstellingen

Voorkomen van FcoV-overdracht bij paring

 

Hoe worden katten en kittens met FCoV besmet?

FCoV is een erg besmettelijk virus, dat bijna alle katten besmet, die ermee in aanraking komen. De voornaamste infectiebron is de ontlasting van besmette katten, en niet besmette katten raken besmet door dezelfde kattenbak te gebruiken als besmette katten. Op de tweede plaats gebeurt de besmetting door onopzettelijke blootstelling van niet besmette katten aan hele kleine deeltjes van besmette ontlasting via schoenen of kleding, handen, kattenbakschepjes, enz. De kans is groot dat niet besmette katten vervolgens het virus binnen krijgen bij het wassen of wanneer er ontlasting in hun voer terechtkomt.

FCoV wordt soms, in een vroeg stadium, uitgescheiden via het speeksel, en dus kan ook het delen van etensbakjes of het inademen van niesdruppeltjes leiden tot besmetting. Nauw contact met besmette katten, bijvoorbeeld door elkaar te wassen, kan, hoewel zelden, ook leiden tot besmetting.

Feline coronavirus wordt bijna nooit overgedragen via de placenta. De meeste kittens, die de besmetting oplopen, krijgen deze nadat de bescherming door middel van de antistoffen die ze via de moedermelk hebben binnengekregen, is uitgewerkt, meestal op een leeftijd van 5-7 weken

Welke uitscheidingsprodukten bevatten het FCoV?

FCoV wordt voornamelijk uitgescheiden via de ontlasting en slechts heel zelden via het speeksel. Tot op heden zijn er geen redenen om aan te nemen dat FCoV aanwezig zou zijn in traanvocht of urine.

 

Hygiëne van de kattenbak - het belangrijkste wat je kunt doen om je kat te behoeden voor FCoV

As je kat een kattenbak gebruikt, haal dan zo vaak mogelijk de klonten eruit. Als je meer katten hebt, zorg dan voor meer kattenbakken, bij voorkeur voor iedere kat een bak en gebruik kattenbakken met een deksel of liever nog zogenaamde zelfreinigende kattenbakken. Plaats de kattenbak ver van de etensbak, zodat microscopische ontlastingsdeeltjes niet in het kattenvoer terecht kunnen komen. Gebruik een "non-tracking" kattenkorrel, zoals Cat Country, om verspreiding van microscopische deeltjes door het hele huis te minimaliseren. Maak één tot twee keer per week de kattenbak schoon met bleekwater. Gebruik altijd desinfecteermiddelen met chloor, want die met dennengeur, type Dettol zijn giftig voor katten.

Hoe lang overleeft het coronavirus in het milieu?

Onder natuurlijke omstandigheden doen katten hun behoefte buiten en begraven deze ook. In dat geval kan het virus een paar uur tot een paar dagen overleven (wat langer als het vriest). Door van katten huisdieren te maken, hebben wij echter ook de kattenbak uitgevonden. FCoV kan in uitgedroogde uitwerpselen in kattenkorrels enkele dagen tot mogelijk zeven weken overleven.

Als je een kat verloren hebt door FIP, wacht dan ongeveer een maand voordat je een nieuwe neemt. Heb je echter al meer katten, vergeet dan niet dat deze ook FCoV kunnen uitscheiden en dat je dus moet wachten totdat hun antistoftiters weer nul zijn voordat je een andere kat neemt. Natuurlijk mag je niet vergeten de nieuwe kat ook op FCoV-antistoffen te laten testen.

 (top of page)

Hoe kan een FcoV-infectie in een cattery of in een huishouden met katten worden uitgebannen?

FCoV-besmetting kan uitgebannen worden in een cattery, maar het is een langdurig en soms duur proces. In huishoudens met maximaal 10 katten zal FCoV vaak spontaan en op natuurlijke wijze verdwijnen, maar in huishoudens met meer dan 10 katten, kan het continu doorgegeven worden (zie fig. 1) en blijft de besmetting op die manier aanwezig.

Tabel 1 laat een voorbeeld zien van een groep katten die een huishouden vormde met Carol, Ann en Simon die erin geslaagd zijn de FCoV besmetting te overwinnen. De katten werden regelmatig getest op antistoffen en hun ontlasting via RT-PCR. De katten die geen FCoV meer uitscheidden en van wie de antistoftiters daalden tot onder de 40, werden gescheiden van de andere katten. Gelukkig ging Carol verhuizen en kon zij vier negatieve katten meenemen naar haar nieuwe huis, maar ook andere kattenliefhebbers zijn er in geslaagd besmette en niet-besmette katten gescheiden te houden in één huis. In augustus 1997, bijna anderhalf jaar na de ontdekking van de FCoV besmetting, was alleen Sooty nog steeds besmet. Ann verhuisde Sooty naar de slaapkamer, waar ze volledig geïsoleerd was van de andere katten. Januari 1998 werd het duidelijk dat Sooty een FCoV-drager was en omdat ze zo ongelukkig was door haar afzondering in de slaapkamer, zag het er steeds meer naar uit dat ze zou moeten inslapen. Gelukkig wilden de Quinns haar aan mij geven (mijn eigen twee katten waren een paar maanden eerder overleden en ik had verder geen katten). Sooty woont nog steeds bij mij en scheidt na vijf jaar nog steeds FCoV uit. Zij is een gezonde FCoV-drager.

Tabel 1. Een kattenhuishouden waar FCoV met succes werd uitgeroeid door de katten die hun FCoV-besmetting hadden overwonnen, te scheiden van de katten die nog steeds virus uitscheidden. De grijze vakjes geven aan wanneer een kat naar een ander huishouden verhuisd werd.
De getallen zijn de antistofiters van de kat
+  = positief RT-PCR resultaat op ontlasting of rectaal uitstrijkje
-       = negatief RT-PCR resultaat op ontlasting of rectaal uitstrijkje
-       N/D = niet gedaan

Het is nog steeds een langdurig proces om dragerkatten te identificeren (zie Nieuws over het FcoV/FIP onderzoek). We moeten nog steeds een test vinden waarmee dergelijke levenslange dragers sneller opgespoord kunnen worden, zodat ze gescheiden gehouden kunnen worden van andere katten. Of er moet een manier gevonden worden om hun virusuitscheiding te stoppen... maar dat worden de onderwerpen voor mijn volgend onderzoek. 

 (top of page)

Hoe voorkom je een nieuwe FCoV-besmetting van een cattery of een huishouden?

Als je katten eenmaal vrij zijn van FCoV moet je een nieuwe besmetting zien te voorkomen. Test alle nieuwe katten of kittens op de aanwezigheid van antistoffen door middel van.een betrouwbare antistoftest, zoals de immunofluorescentie-antistoftest van de Universiteit van Glasgow (zie Companion Animal Diagnostics). Er schijnen heel wat antistoftesten op de markt te zijn die niets te maken hebben met de "gold standard" test van de Universiteit van Glasgow en deze zullen niet alleen onbruikbare resultaten opleveren, maar kunnen ook het leven van je katten in gevaar brengen. Alleen katten met een antistoftiter van nul mogen worden toegelaten in een FCoV-vrije cattery. 

Laat je poes alleen dekken door een dekkater met een antistoftiter van nul en laat alleen poezen met een antistoftiter van nul gedekt worden door jouw dekkater (Zie het register van op coronavirus geteste katten). Als je op vakantie gaat, probeer dan iemand te vinden die je katten bij jou thuis komt voeren, zodat ze niet naar een kattenkennel hoeven. Dekken onder toezicht - waarbij de katten niet in contact komen met elkaars ontlasting omdat ze geen kattenbak hoeven te delen - is veiliger dan ze gedurende een aantal dagen bij elkaar te zetten.

Plaats je kat in quarantaine na riskante dekking, na een bezoek aan een cattery of kattententoonstelling of na een bezoek aan de dierenarts. Als je besluit je negatieve kat te laten paren met een kat met FCoV-antistoffen, of als je kat naar een tentoonstelling of een cattery is geweest, of in de kennel van de dierenarts heeft moeten blijven, moet je je kat 2 weken in quarantaine plaatsen en laten testen op FCoV antistoffen. Pas als je zeker weet dat hij/zij weer negatief is, mag hij/zij weer bij de andere katten.

Kan ik wel op bezoek gaan bij een vriend(in) van wie de katten FCoV hebben?
De kans is bijzonder klein dat je zelf het virus mee naar huis neemt, tenzij je besmette ontlasting met je meedraagt.

Ik heb gehoord dat er ook honden-coronavirus bestaat - kan mijn hond mijn katten besmetten?
Het korte antwoord op deze vraag is: waarschijnlijk niet. Type II feline coronavirus is eigenlijk een mengsel van het type I of honderd procent feline coronavirus en het honden-coronavirus (CCV). Het is dus waarschijnlijk dat CCV katten kan besmetten omdat het aanwezig heeft moeten zijn in een kat met FCoV om de type II-stam te doen ontstaan. CCV is echter niet schadelijk voor katten en in mijn onderzoek hebben we alle honden in de onderzochte huishoudens onderzocht en slechts één hond met coronavirus-antistoffen gevonden en nooit een hond die coronavirus uitscheidde.

Voorkomen van FcoV-overdracht op kattententoonstellingen

In het VK hebben 84% van de katten op tentoonstellingen antistoffen tegen FCoV. Omdat van de drie katten met antistoffen tegen FCoV er gemiddeld één virus uitscheidt, is het waarschijnlijk dat 28% van de katten op een kattententoonstelling FCoV uitscheiden. Dat gebeurt voornamelijk via de ontlasting dus zouden katten op een tentoonstelling geen kattenbakken moeten delen of kattenbakschepjes van andere huishoudens. Juryleden en dierenartsen moeten hun handen en de tafel ontsmetten na iedere behandeling van een kat, want vergeet niet dat in een vroeg stadium sommige katten tijdelijk FCoV uitscheiden via hun speeksel.

 (top of page)

Voorkomen van FcoV-overdracht bij paring

Natuurlijk is het altijd verstandig poezen met een antistoftiter van nul alleen te laten dekken door andere FCoV-vrije katten en katten mét antistoffen door andere katten met antistoffen. Vandaar het bestaan van het FCoV-geteste dekkaterregister om fokkers te helpen elkaar te vinden. Er zijn echter toch kattenfokkers die soms redenen hebben voor een riskante paring (van hun katten!!!). In die gevallen is een keuze voor paring onder toezicht het verstandigst, waarbij poes en dekkater niet een dag of twee samen gehouden worden (heel belangrijk bij FCoV overdracht is NIET de kattenbak delen) maar alleen bij elkaar gezet worden voor de duur van de paring. Voor alle duidelijkheid, de kat die negatief was moet 14 dagen na de paring getest worden op antistoffen om na te gaan of hij/zij, ondanks de voorzorgsmaatregelen, een besmetting heeft opgelopen.  

 

 (top of page)

Onze hartelijke dank aan Saskia Steur, Ada de Raad, Henny de Lege, Helen van Mackelenebrgh, Tineke Blokzijl Haar voor de vertaling naar het Nederlands van Dr Addie's webstek  

Site © 2000 - 2003 Dr. Diane Addie
Graphics © Melody Amundson, Mariposa Creations